stichting URANTIA nederlandstalig

 

De laatste nieuwsbrief:

Nieuwsbrief mei 2019

Abonneer u op de nieuwsbrief

U kunt zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief.

Diepgaande studie van het Urantia Boek in studiegroepen

Dit artikel is een vertaling van George Michelson — Duponts “Étude approfondie du Livre D'Urantia en groupe d'étude” welke is vertaald door Ensemble Traduit.

De geschiedenis van de Urantia beweging

De geschiedenis van de Urantia beweging is een vertaling van A History of the Urantia Movement door Dr. William Sadler, vertaald door Mw. R. Hanekroot.

What is the New Philosophy of Living Project?

Het “Project Nieuwe Levensfilosofie” (ook wel Project 2:7.10, naar citaat (43.3) 2:7.10 uit het Urantia Boek), betreft een explorerend artikel om een nieuwe levensfilosofie te construeren.

Originele Concepten in het Urantia Boek

Waarin onderscheidt het Urantia Boek zich? Vanwege de 64 concepten en doctrines die nieuw en origineel zijn zoals gepresenteerd in het Urantia Boek en meer.

Korte samenvatting van filosofie in het Urantia Boek

Een overzicht van een verkennende studie door Dr. Jeffrey Wattles in een vertaling van Bert Volkers.

De Gedachtenrichter en U

Gewapend met een aantal vragen probeert Samantha Nior aan de hand van citaten uit het Urantia Boek een beeld te scheppen van de gedachtenrichter. Deze lezing is gehouden op 21 augustus 2012 in Antropia, Driebergen, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst die als thema “De Gedachtenrichter” had.

 

De Gedachtenrichter en U

Driebergen, 21 augustus 2012
Samantha Nior

Zoals u weet is de Gedachtenrichter een fragment van God zelf. Om precies te zijn: De Richters zijn de actualiteit van de liefde van de Vader geïncarneerd in de ziel van de mens. Wat een prachtige gift aan ons en wat een vertrouwen. Ik voel me heel erg gezegend.

Maar waarom deze gift?

(1185.1) 108:0.1 DE GEDACHTENRICHTERS hebben de missie bij de geslachten der mensen om de Universele Vader te vertegenwoordigen, te zijn, voor de sterfelijke schepselen in tijd en ruimte: dit is het fundamentele werk van de goddelijke geschenken. Zij hebben ook de opdracht om het bewustzijn van stervelingen te verheffen en de onsterfelijke zielen der mensen over te brengen naar de goddelijke hoogten en geestelijke niveaus van de volmaaktheid van het Paradijs. En door de ervaring van deze transformatie van de menselijke natuur van het schepsel in de tijd tot de goddelijke natuur van de eeuwige volkomene, brengen de Richters een uniek type wezen tot aanzijn, een wezen dat bestaat in de eeuwige verbintenis van de volmaakte Richter en het volmaakt geworden schepsel, een verbintenis die door geen enkele andere universum-techniek zou kunnen worden gedupliceerd.

(1185.2) 108:0.2 In het ganse universum kan niets in de plaats treden van het feit van ervaring op niet-exis-tentiële niveaus. De oneindige God is, zoals altijd, vervuld en volledig, en omvat oneindig alle dingen, behalve het kwaad en de ervaring van schepselen. God kan niet verkeerd handelen: hij is onfeilbaar. God kan niet experiëntieel kennen wat hij nimmer persoonlijk heeft ervaren: Gods voorkennis is existentieel. Daarom daalt de geest van de Vader af uit het Paradijs om met eindige stervelingen deel te nemen in iedere bonafide ervaring van de opklimmingsloopbaan; alleen door deze methode heeft de existentiële God in waarheid en in feite ´s mensen experiëntiële Vader kunnen worden. De oneindigheid van de eeuwige God omsluit het potentieel tot eindige ervaring dat inderdaad tot actualiteit wordt in het dienstbetoon van de Richter-fragmenten, welke daadwerkelijk delen in de wisselvallige levenservaring van mensen.

Wie zijn zij?

(1183.3) 107:7.1 Gedachtenrichters zijn geen persoonlijkheden, maar het zijn echte entiteiten; zij zijn waarlijk en volmaakt geïndividualiseerd, ofschoon zij, zolang zij bij stervelingen inwonen, nooit daadwerkelijk gepersonaliseerd worden. Gedachtenrichters zijn geen ware persoonlijkheden: zij zijn echte realiteiten, werkelijkheden van de zuiverste orde die in het universum van universa bekend is zij zijn de goddelijke tegenwoordigheid. Ofschoon zij niet persoonlijk zijn, worden deze wonderbare fragmenten van de Vader gewoonlijk aangeduid als wezens, en soms, met het oog op de geestelijke fasen van hun huidige dienstbetoon aan stervelingen, als geest-entiteiten.

(1183.5) 107:7.3 Wij hebben dikwijls overwogen dat Gedachtenrichters wilsvermogen moeten bezitten op alle voorpersoonlijke keuzeniveaus. Zij bieden zich aan om bij mensen in te wonen, zij maken plannen voor ´s mensen eeuwige levensweg, passen deze aan, modificeren en vervangen deze naargelang de omstandigheden, en zulke activiteiten geven blijk van echt wilsvermogen. Zij hebben genegenheid voor de stervelingen, zij functioneren in crises in het universum, zij zijn steeds in afwachting van het moment om beslissend te kunnen handelen in overeenstemming met de keuze van de mens, en dit zijn alle in hoge mate wilsreacties. In alle situaties die geen verband houden met het domein van de menselijke wil, geven zij ontegenzeggelijk blijk van een gedrag dat erop duidt dat zij vermogens aanwenden die in alle opzichten gelijkwaardig zijn aan wil, gemaximaliseerd beslissingsvermogen.

(1183.6) 107:7.4 Indien nu Gedachtenrichters wilsvermogen bezitten, waarom zijn zij dan ondergeschikt aan de wil van de sterveling? Wij geloven dat dit is omdat het wilsvermogen van de Richter, ofschoon van nature absoluut, voorpersoonlijk is in zijn manifestatie. De menselijke wil functioneert op het persoonlijkheidsniveau van universum-werkelijkheid, en overal in de kosmos is het onpersoonlijke het niet-persoonlijke, het subpersoonlijke, en het voorpersoonlijke immer reactief op de wil en daden van existente persoonlijkheid.

Zie ook: (1183.4) 107:7.2

Wat zijn de belemmeringen die zij tegenkomen?

(1199.4) 109:5.3 Uw onstandvastige en snel wisselende mentale instelling heeft echter dikwijls tot gevolg dat de plannen van de Richters worden doorkruist en dat hun werk wordt onderbroken. Hun werk wordt niet alleen gehinderd door de aangeboren natuur van de rassen der stervelingen, maar dit dienstbetoon wordt ook ernstig vertraagd door uw eigen vooropgezette meningen, gevestigde ideeën, en vastgeroeste vooroordelen. Vanwege deze belemmeringen duiken vaak alleen hun onvoltooide scheppingen op in uw bewustzijn, en is begripsverwarring het onvermijdelijke gevolg. Derhalve is het bij het nauwkeurig onderzoek van mentale situaties, alleen veilig om iedere afzonderlijke gedachte onmiddellijk te herkennen voor wat deze daadwerkelijk en in de grond der zaak is, en geen aandacht te schenken aan wat zij had kunnen zijn.

(1199.5) 109:5.4 De grote opgave in het leven is het richten van de overgeërfde levensneigingen naar de eisen van de geestelijke impulsen waartoe de aanzet wordt gegeven door de goddelijke tegenwoordigheid van de Geheimnisvolle Mentor. Hoewel niemand tijdens de loopbaan in het universum en het superuniversum twee heren kan dienen, moet iedereen in het leven dat ge thans hier op Urantia leidt noodgedwongen wel twee heren dienen. Ieder mens moet bedreven raken in de kunst om voortdurend menselijke compromissen met de wereld aan te gaan, terwijl hij geestelijk trouw blijft aan slechts n meester. Dit is dan ook de reden waarom zo velen wankelen en falen, vermoeid raken en bezwijken onder de druk van de evolutionaire worsteling.

(1199.6) 109:5.5 Hoewel het terrein van doeltreffende activiteit van de Richter wordt afgebakend door uw hereditaire cerebrale vermogens alsook door uw eveneens erfelijke elektro-chemische reguleringsmechanisme, verhindert geen enkele erfelijke handicap (in een normaal bewustzijn) ooit uiteindelijke geestelijke prestaties. De erfelijkheid kan een nadelige invloed hebben op het tempo waarin de persoonlijkheid vorderingen maakt, doch de uiteindelijke voltooiing van het opklimmingsavontuur kan er niet door worden verhinderd. Indien ge met uw Richter wilt samenwerken, zal dit goddelijke geschenk vroeg of laat de onsterfelijke morontia-ziel tot ontwikkeling brengen, en zal hij het nieuwe schepsel, na daarmee te zijn gefuseerd, voorstellen aan de soevereine Meester-Zoon van het plaatselijk universum en uiteindelijk aan de Vader der Richters op het Paradijs.

Zie ook: (1199.2) 109:5.1; (1199.3) 109:5.2

Onjuiste voorstellingen aangaande de leiding van de Richter

(1207.7) 110:5.1 De missie en invloed van de Richter moeten niet verward of verwisseld worden met wat gewoonlijk het geweten wordt genoemd: er bestaat geen direct verband tussen deze beide. Het geweten is een menselijke en zuiver psychische reactie. Men moet het niet minachten, maar men kan moeilijk zeggen dat het de stem Gods tot de ziel is, hetgeen de stem van de Richter inderdaad zou zijn indien deze gehoord kon worden. Het geweten spoort u terecht aan te doen wat juist is, maar de Richter tracht u bovendien te zeggen wat waarlijk juist is: dat wil zeggen, wanneer en voorzover ge in staat zijt om de leiding van de Mentor waar te nemen.

(1208.1) 110:5.2 De droomervaringen van de mens, de wanordelijke en onsamenhangende parade van het ongecoördineerde slapende bewustzijn, tonen voldoende duidelijk aan dat de Richters er niet in slagen de uiteenlopende factoren in het bewustzijn van de mens te harmoniseren en met elkaar in verband te brengen. De Richters kunnen in n enkel leven eenvoudig niet eigenmachtig twee zo ongelijke en geheel verschillende typen denken als het menselijke en het goddelijke met elkaar coördineren en synchroniseren. Wanneer zij daar wel in slagen, zoals soms is gebeurd, dan worden zulke zielen rechtstreeks overgebracht naar de woningwerelden, zonder dat zij de ervaring van de dood behoeven door te maken.

(1208.3) 110:5.4 Terwijl de stervelingen bij wie zij te gast zijn, slapen, trachten de Richters hun scheppingen te registreren in de hogere niveaus van het materiële bewustzijn, en sommige van uw groteske dromen wijzen erop dat zij er niet in zijn geslaagd doeltreffend contact te maken. De absurditeiten van het droomleven getuigen niet alleen van de pressie van niet tot uitdrukking gebrachte emoties, maar ook van de afschuwelijke vervorming van de voorstellingen van geestelijke begrippen die door de Richters worden aangeboden. Uw eigen hartstochten, driften, en andere aangeboren neigingen, brengen zichzelf tot uitdrukking in het beeld, en stellen de onderdrukte verlangens die zij zijn, in de plaats van de goddelijke boodschappen welke de inwonende Richters gedurende uw onbewuste slaap in de psychische registers trachten in te voeren.

(1208.4) 110:5.5 Het is buitengewoon gevaarlijk om ervan uit te gaan dat uw droomleven een inhoud heeft die van de Richter afkomstig is. De Richters werken inderdaad gedurende de slaap, maar uw gewone droomervaringen zijn zuiver fysiologische en psychologische verschijnselen. Het is eveneens riskant om te trachten onderscheid te maken tussen hetgeen de Richters aan denkbeelden trachten te registreren, en de min of meer voortdurende, bewuste ontvangst van hetgeen door het sterfelijke geweten wordt gedicteerd. Dit zijn problemen die zullen moeten worden opgelost door uw individuele onderscheidingsvermogen en uw persoonlijke beslissingen. Het is evenwel beter dat een mens de vergissing begaat dat hij een uiting van de Richter afwijst door aan te nemen dat het gaat om een louter een menselijke ervaring, dan dat hij de fout begaat dat hij een reactie van het sterfelijke bewustzijn verheft tot de sfeer van goddelijke waardigheid. Vergeet niet dat de invloed van een Gedachtenrichter voor het grootste deel, doch niet geheel, een ervaring is in het bovenbewustzijn.

Zie ook: (1208.2) 110:5.3; (1208.5) 110:5.6; (1208.6) 110:5.7

Wat betekend dit voor ons?

(1207.2) 110:4.2 De Gedachtenrichter spant zich voortdurend in om uw bewustzijn zodanig te vergeestelijken, dat uw morontia-ziel tot ontwikkeling komt; gijzelve zijt u echter meestal niet bewust van deze innerlijke diensten. Ge kunt op geen enkele wijze onderscheid maken tussen het product van uw eigen materiële verstand en dat van de vereende activiteiten van uw ziel en de Richter.

(1207.3) 110:4.3 Bepaalde plotselinge ingevingen van gedachten, plotselinge gevolgtrekkingen en andere mentale beelden zijn soms direct of indirect het werk van de Richter. Veel vaker echter zijn het ideeën die plotseling in het bewustzijn opduiken nadat zij zich in de verzonken lagen hebben gegroepeerd natuurlijke, alledaagse voorvallen in het psychisch functioneren, die inherent zijn aan de circuits van het evoluerende dierlijke bewustzijn. (In tegenstelling tot deze onderbewuste emanaties, verschijnen de openbaringen van de Richter via de gebieden van het bovenbewustzijn.)

(1207.5) 110:4.5 Er bestaat een diepe kloof tussen het menselijke en het goddelijke, tussen de mens en God. De mensengeslachten op Urantia zijn in zo hoge mate elektrisch en chemisch gereguleerd, zij lijken in hun algemene gedrag zozeer op de dieren, zij zijn zo emotioneel in hun alledaagse reacties, dat het voor de Mentoren buitengewoon moeilijk wordt hen te leiden en richting te geven. Het ontbreekt u zozeer aan moedige beslissingen en toegewijde medewerking, dat uw inwonende Richters het welhaast onmogelijk vinden rechtstreeks met uw menselijke bewustzijn te communiceren. En zelfs wanneer het hun wl mogelijk is een glimp van nieuwe waarheid over te flitsen naar de evoluerende ziel van een sterveling, verblindt deze geestelijke openbaring het schepsel dikwijls zodanig, dat er een convulsie van fanatisme ontstaat, of dat er andere intellectuele beroeringen in gang gezet worden, met rampzalige gevolgen. Menige nieuwe religie en menig vreemd isme´ dankt zijn ontstaan aan onvolgroeide, onvolledige, verkeerd begrepen en verminkte mededelingen van de Gedachtenrichters.

(1232.3) 112:5.2 Dat wat uit de Vader voortkomt is eeuwig zoals de Vader, en dit geldt evenzeer voor persoonlijkheid, die God uit eigen vrije wil schenkt, als voor de goddelijke Gedachtenrichter, een actueel fragment van God. ´s Mensen persoonlijkheid is eeuwig, doch met betrekking tot zijn identiteit een voorwaardelijke eeuwige werkelijkheid. Daar de persoonlijkheid is verschenen in antwoord op de wil van de Vader, zal deze ook de Godheid bereiken als zijn bestemming, doch de mens moet kiezen of hij al dan niet aanwezig wil zijn bij het bereiken van deze bestemming. Indien deze keuze uitblijft, bereikt de persoonlijkheid rechtstreeks de experiëntiële Godheid, en wordt een deel van de Allerhoogste. De cyclus is tevoren verordineerd, maar ´s mensen participatie daarin is facultatief, persoonlijk en experiëntieel.

(1232.4) 112:5.3 De Richter is waarlijk de weg naar het Paradijs, doch de mens zelf moet die weg volgen door zijn eigen beslissing, zijn vrijwillige keuze.

Zie ook: (1207.4) 110:4.4; (1207.6) 110:4.6

Wat doen zij voor ons?

(1203.4) 110:1.2 Deze Mentoren verlenen doeltreffende bijstand aan de hogere fasen van ´s mensen bewustzijn(bovenbewustzijn); zij zijn wijze, ervaren bewerkers van het geestelijke potentieel van het menselijke intellect. Deze hemelse helpers wijden zich aan de ontzagwekkende taak om u veilig binnenwaarts en opwaarts te geleiden naar de beschutte hemelse haven van geluk. Deze onvermoeibare werkers hebben zich in dienst gesteld van de toekomstige personificatie van de triomf van goddelijke waarheid in uw eeuwig leven. Zij zijn degenen die waken en arbeiden om het denken van de zich van God bewuste mens weg te loodsen van de gevaarlijke klippen van het kwaad, terwijl zij de evoluerende ziel van de mens bekwaam naar de goddelijke havens van volmaaktheid loodsen, aan vergelegen, eeuwige kusten. De Richters leiden u vol liefde, zij zijn uw betrouwbare en onfeilbare gidsen door de duistere, ongewisse doolhof van uw korte aardse levensloop; zij zijn de geduldige leraren die hun subjecten aldoor aansporen om voorwaarts te gaan op het pad van steeds toenemende volmaaktheid. Zij zijn de zorgzame behoeders van de sublieme waarden in het karakter van het schepsel. Ik wilde wel dat ge hen meer zoudt kunnen liefhebben, meer met hen zoudt meewerken, en hun aanwezigheid met meer genegenheid zoudt koesteren.

(1204.1) 110:1.3 Zij vinden het een waar genoegen bij te kunnen dragen aan uw gezondheid, geluk en ware voorspoed. Zij staan niet onverschillig tegenover uw welslagen in alle zaken die uw vorderingen op de planeet betreffen, en niet in strijd zijn met uw toekomstige leven van eeuwige vooruitgang.

(1204.2) 110:1.4 Richters zijn geïnteresseerd in, en houden zich bezig met, uw dagelijkse handelingen en de vele bijzonderheden van uw leven, voorzover deze van invloed zijn op uw keuzebepaling in belangrijke wereldlijke zaken en op uw geestelijke beslissingen, die van vitaal belang zijn en daardoor factoren in de oplossing van uw opgave om uw ziel te doen overleven en eeuwige vooruitgang te maken. Hoewel passief met betrekking tot uw zuiver tijdelijke welzijn, is de Richter goddelijk actief met betrekking tot alle zaken die uw eeuwige toekomst raken.

(1204.5) 110:2.1 Wanneer de Gedachtenrichter in het bewustzijn van een mens komt wonen, brengt hij een model mee van diens levensloop, van het ideale leven dat hijzelf en de Gepersonaliseerde Richters van Divinington hebben vastgesteld en voorbeschikt, en dat door de Gepersonaliseerde Richter van Urantia is gewaarmerkt. Zo beginnen zij hun werk met een welomlijnd, van te voren opgesteld plan voor de verstandelijke en geestelijke ontwikkeling van hun menselijke subject, doch geen mens is verplicht dit plan te accepteren. Ge zijt allen het voorwerp van predestinatie, maar het is niet voorbeschikt dat ge deze goddelijke predestinatie ook moet aanvaarden: het staat u geheel vrij om het hele programma van de Gedachtenrichter of een gedeelte ervan af te wijzen. Het is hun taak om die veranderingen in uw denken en die geestelijke aanpassingen te bewerkstelligen, die gij gaarne en intelligent kunt inwilligen, opdat zij meer invloed kunnen verkrijgen op de richting waarin de persoonlijkheid zich beweegt; onder geen voorwaarde echter zullen de goddelijke Mentoren ooit misbruik van u maken of u op enigerlei wijze eigenmachtig in uw keuzen en beslissingen beïnvloeden. De Richters eerbiedigen de soevereiniteit van uw persoonlijkheid: zij zijn altijd ondergeschikt aan uw wil.

(1205.1) 110:2.3 De Richter tracht niet uw denken, als zodanig, te beheersen, doch het veeleer te vergeestelijken, het te vereeuwigen. Noch engelen, noch Richters, leggen zich erop toe de gedachten van de mens rechtstreeks te beïnvloeden: dit is het exclusieve prerogatief van uw persoonlijkheid. De Richters wijden zich aan het verbeteren, wijzigen, richten en coördineren van uw denkprocessen, maar meer speciaal en specifiek wijden zij zich aan het werk van het opbouwen van een geestelijke pendant van uw levensloop, een morontia-afschrift van uw ware, vorderende zelf, met het oog op uw overleving

Zie ook: (1203.3) 110:1.1; (1204.4) 110:1.6; (1205.5) 110:3.1

Wat moeten/kunnen wij doen?

(1205.6) 110:3.2 Het welslagen van uw Richter in de onderneming om u door het sterfelijke leven heen te loodsen en uw overleving tot stand te brengen, hangt niet zozeer af van de theorieën die ge aanhangt, als wel van uw beslissingen, besluiten en standvastig geloof. Al deze stappen in de groei van uw persoonlijkheid worden krachtige invloeden die uw voortgang bevorderen, omdat zij u helpen mee te werken met de Richter: zij helpen u uw weerstand te laten varen. Gedachtenrichters slagen in hun aardse ondernemingen, of falen daar ogenschijnlijk in, naar de mate waarin stervelingen erin slagen of falen mee te werken met het plan volgens hetwelk zij vooruit moeten worden gebracht op het opwaartse pad dat naar het bereiken van volmaaktheid voert. Het geheim van de overleving schuilt in het allerhoogste verlangen van de mens om zoals God te zijn, en in zijn daarmee gepaard gaande bereidheid om al het mogelijke te doen en te zijn dat van wezenlijk belang is voor het uiteindelijk bereiken van datgene waarnaar zijn alles overheersend verlangen uitgaat.

(1204.3) 110:1.5 De Richter blijft bij u in alle rampen en gedurende alle ziekten die uw verstandelijke vermogens niet geheel ruïneren. Maar het is zeer onheus om welbewust het fysieke lichaam te verontreinigen of anderszins opzettelijk te schenden, het lichaam dat als de aardse tabernakel moet dienen voor dit wonderbare geschenk van God. Alle fysische vergiften hebben een sterk remmende werking op de pogingen van de Richter om het materiële bewustzijn te verheffen, terwijl de mentale vergiften zoals vrees, boosheid, afgunst, jaloezie, achterdocht en onverdraagzaamheid, de geestelijke vooruitgang van de evoluerende ziel eveneens enorm tegenwerken.

(1206.3) 110:3.5 Onwetendheid op zichzelf kan nooit de overleving verhinderen, en evenmin is dit het geval met uit verwarring voortkomende twijfel en angstige onzekerheid. Alleen welbewuste weerstand tegen de leiding van de Richter kan de overleving van de evoluerende onsterfelijke ziel verhinderen.

(1206.4) 110:3.6 Ge moet de samenwerking met uw Richter niet als een bijzonder bewust proces zien, want dat is het niet; uw motieven en uw beslissingen, uw trouw aan uw vaste voornemens en uw allerhoogste verlangens, vormen echter een wezenlijke en doeltreffende medewerking. Ge kunt bewust de harmonie met de Richter doen toenemen door:

(1206.5) 110:3.7 1. te verkiezen gehoor te geven aan de goddelijke leiding; eerlijk en oprecht uw diepste besef van waarheid, schoonheid en goedheid tot grondslag te maken van uw menselijk leven en deze kwaliteiten van goddelijkheid vervolgens te coördineren door wijsheid, godsverering, geloof en liefde.

(1206.6) 110:3.8 2. God lief te hebben en te verlangen om zoals hij te zijn echte erkenning van het goddelijke vaderschap en liefdevolle aanbidding van de hemelse Vader.

(1206.7) 110:3.9 3. De mensen lief te hebben en van ganser harte te verlangen hen te dienen de oprechte erkenning van de broederschap der mensen, gekoppeld aan intelligente, wijze genegenheid voor elk van uw medestervelingen.

(1206.8) 110:3.10 4. Vreugdevolle aanvaarding van het kosmische burgerschap de oprechte erkenning van uw toenemende verplichtingen jegens de Allerhoogste en het besef van de wederzijdse afhankelijkheid van de evolutionaire mens en de evoluerende Godheid. Dit betekent de geboorte van kosmische moraliteit en het dagende besef van universele verplichtingen.

(1209.4) 110:6.4 Wanneer de ontwikkeling van de verstandelijke natuur zich sneller voltrekt dan die van de geestelijke, maakt deze omstandigheid de communicatie met de Gedachtenrichter zowel moeilijk als gevaarlijk. Insgelijks resulteert overgeestelijke ontwikkeling dikwijls in een fanatieke, verwrongen interpretatie van de geestelijke leiding van de goddelijke inwonende. En een gebrek aan geestelijke capaciteit maakt het zeer moeilijk om aan zo´n materieel intellect de geestelijke waarheden over te dragen die in het hogere bovenbewustzijn wonen. Aan een bewustzijn dat volmaakt in evenwicht is, dat huist in een lichaam met gezonde gewoonten, gestabiliseerde neurale energieën en evenwichtige chemische functies wanneer de fysische, mentale, en geestelijke krachten zich in een drieënige harmonie ontwikkelen kan een maximum aan licht en waarheid worden geschonken met een minimum aan gevaar voor het leven in de wereld of risico voor het werkelijke welzijn van zo´n wezen. Door zulk een evenwichtige groei klimt de mens omhoog langs de cirkels van planetaire vooruitgang n voor n, van de zevende tot de eerste.

(1210.1) 110:6.6 Iedere beslissing die ge neemt, belemmert f vergemakkelijkt het functioneren van de Richter; deze zelfde beslissingen bepalen dan ook eveneens uw vooruitgang in de cirkelgangen van menselijke prestatie. Weliswaar is de allerhoogste kwaliteit van een beslissing, haar betrekking tot een crisis, van grote invloed op het bereiken van de volgende cirkel, maar vele beslissingen, vele herhalingen, volhardende herhalingen, zijn niettemin ook van wezenlijk belang om zeker te stellen dat deze reacties tot gewoonten worden.

(1223.5) 111:7.3 Waarom helpt ge de Richter niet bij zijn taak om u de geestelijke tegenhanger van al deze zware materiële inspanningen te laten zien? Waarom staat ge de Richter niet toe u te sterken met de geestelijke waarheden die kosmische kracht geven, terwijl gij worstelt met de wereldse moeilijkheden van het menselijk bestaan? Waarom stimuleert ge de hemelse helper niet om u te verblijden met een heldere blik op het eeuwige uitzicht van leven in het universum, wanneer ge in verwarring de problemen van het voorbijgaande ogenblik beziet? Waarom weigert ge u te laten verlichten en inspireren door het gezichtspunt van het universum, terwijl ge zwoegt onder de belemmeringen van de tijd en de draad kwijtraakt in de doolhof der onzekerheden waardoor uw levensreis als sterveling wordt bemoeilijkt? Waarom staat ge de Richter niet toe uw denken te vergeestelijken, ook al moeten uw voeten de materiële wegen gaan van het streven op aarde?

Zie ook: (1206.1) 110:3.3; (1209.1) 110:6.1; (1223.4) 111:7.2; (1206.2) 110:3.4

De conclusie

Het is een lang proces van persoonlijke ontwikkeling waarbij wij continu worden bijgestaan. Wij moeten zo bewust mogelijk proberen de wil van God te doen, door open te staan voor de kansen die wij krijgen hoe uitdagend en eng zij soms ook zijn en ons best moeten doen om te leren en te ontwikkelen, door altijd beter te willen doen. Wij zij kinderen die hier onze ziel ontwikkelen, maar ook volwassenen die keuzes moeten maken. Het belangrijkste is actie ondernemen en beslissingen maken. Ik laat u met nog een aantal passages.

(1216.2) 111:1.1 Ofschoon het werk der Richters geestelijk van natuur is, moeten zij noodgedwongen al hun arbeid op een verstandelijke grondslag verrichten. Het bewustzijn is de menselijke grond waarop de Mentor-geest, met de medewerking van de persoonlijkheid in wie hij woont, de morontia-ziel tot ontwikkeling moet doen komen.

(1216.3) 111:1.2 geest-dominantie over het materiële bewustzijn is afhankelijk van twee ervaringen: dit bewustzijn moet zich hebben ontwikkeld via het dienstbetoon van de zeven assistent-bewustzijnsgeesten, en het materiële (persoonlijke) zelf moet verkiezen samen te werken met de inwonende Richter bij het scheppen en verzorgen van het morontia-zelf, de evolutionaire, potentieel onsterfelijke ziel.

(1216.5) 111:1.4 De materiële evolutie heeft u voorzien van een levensapparaat, uw lichaam; de Vader zelf heeft u begiftigd met de zuiverste geest-werkelijkheid die bekend is in het universum, uw Gedachtenrichter. Maar aan u, ondergeschikt aan uw eigen beslissingen, is bewustzijn toevertrouwd en door dit bewustzijn leeft ge of sterft ge. In dit bewustzijn, en met dit bewustzijn, neemt ge die morele beslissingen die u in staat stellen om Richtergelijkheid te verwerven, en dit is Godgelijkheid.

(1216.6) 111:1.5 En wat de overleving zeker stelt, is niet zozeer hetgeen het verstand begrijpt, als wel wat het verstand verlangt te begrijpen; het is niet zozeer datgene waar het bewustzijn op lijkt, als hetgeen waar het bewustzijn op tracht te lijken, wat de identificatie met geest vormt. Wat uitloopt op opgang door het universum, is niet zozeer dat de mens zich bewust is van God, als wel dat hij hunkert naar God. Wat ge vandaag zijt, is niet zo belangrijk als wat ge wordt, van dag tot dag en in de eeuwigheid.

(1217.1) 111:1.6 Het bewustzijn is het kosmische instrument waarop de menselijke wil de wanklanken van vernietiging kan spelen, en waarop deze zelfde menselijke wil de heerlijke melodieën van vereenzelviging met God en de daaruit voortvloeiende eeuwige overleving kan voortbrengen. De aan de mens verleende Richter is per slot van rekening ontoegankelijk voor het kwaad en niet in staat tot zonde, maar het sterfelijk bewustzijn kan daadwerkelijk worden verwrongen, vervormd, en slecht en lelijk worden gemaakt door de zondige kuiperijen van een perverse, zelfzuchtige, menselijke wil. Evenzo kan dit bewustzijn nobel, schoon, waarachtig en goed worden werkelijk groots in overeenstemming met de door de geest verlichte wil van een mens die God kent.

Zie ook: (1216.4) 111:1.3;

(8.8) 0:5.8 2. Het bewustzijn. Het denkende, waarnemende en voelende mechanisme van het menselijk organisme. De totale bewuste en onbewuste ervaring. De intelligentie verbonden met het emotionele leven dat door godsverering en wijsheid omhoog reikt naar het niveau van geest

 


 Home | Sitemap | Laatste wijziging: 17 juli 2019